
De rosse woelmuis
Dit keer verschijnt de rosse woelmuis voor de camera van natuurfotograaf Philip Friskorn.
Woelmuizen komen voor op het noordelijk halfrond van Amerika, Aziƫ, tot en met Europa. Ze zijn verwant aan hamsters en lemmingen, maar hebben een totaal ander uiterlijk. Zo hebben woelmuizen een lange behaarde staart. Op het noordelijk halfrond komen bijna 150 soorten woelmuizen voor, inclusief alle ondersoorten. In Europa vinden we 25 soorten en in Nederland komen 7 soorten voor. Van de 7 soorten die in Nederland voorkomen zijn er 2 zeer zeldzaam: de Noordse woelmuis en de ondergrondse woelmuis.
Lomp gebouwde muis
De rosse woelmuis is in Nederland een algemene soort. Ze houden van een afwisselend landschap met veel ondergroei. Het is niet altijd gemakkelijk om woelmuizen te determineren, maar de rosse woelmuis heeft een roodbruine vacht op de rug en de onderkant is geel of roomachtig gekleurd. Het is een wat lomp gebouwde muis met kleine oren en ogen, maar met een spitse snuit. In de winter zijn de haren van de vacht langer en wat dieper van kleur. De rosse woelmuis heeft heel lange snorharen.
Houtwallen
Rosse woelmuizen kun je ook aantreffen in houtwallen. De meeste woelmuizen laten zich niet zien. De rosse woelmuis is een uitzondering en is veel vaker bovengronds te vinden. Ze zijn snel en niet echt schuw, maar door die snelheid zijn ze best lastig te fotograferen. Rosse woelmuizen houden geen winterslaap. Omdat ze geen winterslaap houden zijn ze afhankelijk van verschillende voedselbronnen. In het voorjaar en zomer bestaat die voornamelijk uit groen voedsel en in de herfst en winter voornamelijk uit zaden. Ze leggen in hun uitgebreide gangenstelsel voorraden aan voor perioden van schaarste.
Ga eens speuren en geduldig wachten bij een ingang van het gangenstelsel. De kans is groot dat je een rosse woelmuis te zien krijgt.