
De sijs, een kleurrijke wintergast
· leestijd 1 minuut ColumnDeze tweewekelijkse natuurcolumn wordt verzorgd door natuurfotograaf Philip Friskorn uit Oldemarkt. Sinds 1993 is hij fotograaf van natuur, milieu, recreatie en toerisme. Hij is altijd op zoek naar drie elementen: licht, schoonheid en emotie. De afgelopen jaren bracht hij meerdere fotoboeken uit. Naast het maken van natuurfoto’s, kan hij daar ook mooi over vertellen. Dit keer gaat zijn column over de sijs.
De meteorologische winter is op 1 december begonnen. Niet dat trekvogels zich iets aantrekken van een datum, zij reageren veel meer op invallende koude in de broedgebieden. Het is al enige weken koud in het hoge noorden van Europa en heel veel trekvogels hebben onze streken bereikt om hier de winter door te brengen of om door te trekken naar nog zuidelijkere gebieden. Een heel klein en kleurrijk vogeltje spreekt tot de verbeelding: de sijs.
Vinkachtige
De sijs behoort tot de familie van de vinkachtigen. Sinds het midden van de vorige eeuw broeden kleine aantallen sijzen (circa 450 paar) in Nederland. Veel meer sijzen komen hier overwinteren in aantallen van circa 250.000! In ons land is er voldoende voedsel te vinden om de winter door te komen. Ze hebben een kegelvormige snavel die heel spits is en daardoor zeer geschikt om uit sparrenappels de zaden te halen, maar meestal zie je groepen sijzen foerageren op elzenproppen. Die donkere elzenproppen zitten vol zaden die ze met die spitse snavel probleemloos kunnen bereiken in tegenstelling tot veel andere vogels.
Geelgroen
De mannetjes zijn geelgroen met een zwarte kruin en kin. De rug is geelgroen-zwart gestreept, de staart is opvallend gevorkt. Vrouwtjes zijn veel minder geelgroen, het zwart op de kop mist en ze zijn wat meer gestreept. Behalve in de vrije natuur kan de sijs ook in de stads- of dorpstuin voorkomen. Vooral als de vogels verwend worden met zaden, vetballen of wat meelwormen. Zo helpen we deze kleurrijke zanger de winter door te komen.
























