
Harrie uit Vollenhove schrijft boek over Overijsselse dialect en waar deze vandaan komt
· leestijd 1 minuut AlgemeenREGIO - Harrie Scholtmeijer is dialectoloog van de Overijsselacademie in zijn nieuwe boek ‘Waar onze taal weg komt’ legt hij uit waar de verschillende dialecten in Overijssel vandaan komen. “Al 150 jaar wordt er gezegd dat het uitsterft.”
Scholtmeijer groeide op in Vollenhove, maar thuis werd door zijn ouders helemaal geen dialect gesproken. “Ik leerde het dialect op het schoolplein van vriendjes. Bijna iedereen in Vollenhove spreekt dialect. Dat merk je dan als kind niet zo, maar toen ik ging studeren ontdekte ik wat er allemaal over dialecten te vinden was. Het zijn gewoon volwaardige talen.” En er zijn ongelofelijk veel kleine verschillen. “In Vollenhove is het kuukies en in Sint Jansklooster koekies. Dat is op loopafstand van elkaar.”
Nedersaksisch
Inmiddels is Scholtmeijer al veertig jaar afgestuurd met als specialisatie dialectologie. Zo lang houdt hij zich al bezig met de talen en in het bijzonder die in Overijssel. Als dialectoloog houdt hij regelmatig lezingen, maar het was nu wel eens tijd voor een boek. “Zo kon ik het allemaal wat meer uitwerken en uitleggen. In lezingen heb je maar beperkt de ruimte steeds.”
“Het gaat over de vele verschillen die er zijn in de dialecten in Overijssel en waar deze verschillen vandaan komen”, legt Scholtmeijer uit over zijn boek. De geschiedenis van het Overijssels begint als Germaans zo’n drieduizend jaar voor Christus en komt ergens uit het verre Oosten. Door de hele historie heen hebben invloeden van onder meer de Franken, Noord-Duitsland, Holland het Nedersaksisch gecreëerd.
Identiteit
Zo is het weglaten van de eerste ‘h’ en het uitspreken van de ‘r’ achterin de keel voortgekomen uit Franse invloeden. “Pas in de laatste vijftig jaar is het Nederlands aan het oprukken in Overijssel.” Is het einde van het dialect daarmee in zicht? “Nee, ook weer niet helemaal. Het krijgt dan een andere functie. Dan wordt het een identiteit, je geeft aan ik kom uit Overijssel.”
“Al 150 jaar wordt er gezegd dat het uitsterft. Het wordt wel steeds minder, maar in de dorpsgemeenschappen houdt het wel behoorlijk stand. Bij de wagenbouwers, in de keten en paasvuurbouwers wordt volop dialect gesproken. Ik heb het ook niet van m’n ouders geleerd. Je neemt het heel snel over van collega’s, vrienden of anderen uit je omgeving.”
Water
Wat Scholtmeijer zo interesseert is dat er zo ongelofelijk veel verschillen zijn tussen de dialecten. “Je zal zelfs bijna zeggen op de vierkante kilometer.” Zo hebben ze in het Kampens weer een hele aparte uitspraak van de ‘r’ achter in de keel. “In Vollenhove, Genemuiden en Zwartsluis is water gewoon water, maar iets naar het noorden in Blokzijl is het waoter en weer wat naar het oosten in Giethoorn en Steenwijk is het wèter. Zo heb je in een gebied wat je op de fiets kan afleggen zulke verschillen.”
Waar al deze verschillen vandaan komen en nog veel meer over het dialect, valt allemaal te lezen in het boek van Harrie Scholtmeijer ‘Waar onze taal weg komt’.
John van Weeghel


























