
In the picture oud-Steenwijker Bert van Dijk uit Nieuw-Zeeland: ‘Een zomer terug naar Steenwijk’
· leestijd 2 minuten ColumnIn deze rubriek komen bijzondere personen aan het woord. Liesbeth Hermans interviewt dit keer oud-Steenwijker Bert van Dijk, die geëmigreerd is naar Nieuw-Zeeland. Daar woont hij met zijn man Rawiri. Deze zomer bracht hij een fietsvakantie in Steenwijkerland door.
Wie ben je?
Mijn naam is Bert van Dijk, deze zomer fiets ik met partner en dochter in de omgeving van Steenwijk, waar zoveel herinneringen liggen.
Wat heb je dan met Steenwijk?
Mijn vader had een baan aanvaard in Lahore, Pakistan, als werktuigbouwkundige. Maar het werd daar te onveilig en de emigratie ging niet door. Geen huis, geen werk. Gelukkig kon hij bij de DYKA aan de slag. Zij regelden ook een woning voor ons aan de Mathijs Kiersstraat.
Ik vond Steenwijk een mooie, oude vestingstad met die prachtige toren en hoge wallen. Mijn boezemvriend was Jan Nauta. Als we in de wc van de RSG plasten, bekeken we elkaar goed. Dat mijn belangstelling anders was dan de zijne, wist ik toen nog niet. Homoseksualiteit was toen niet bespreekbaar.
Samen met hem struinde ik na schooltijd graag over het opgespoten land van de Oostermeenthe, toen nog onbebouwd. We maakten van petroleumvaten en planken een stevig vlot, legden dat in de Aa, die daar nog stroomde. Goede herinneringen heb ik ook aan de atletiek- en zwemclub. Doen ze nog het langebaanzwemmen in Blokzijl?
En dan aan de studie?
Mijn vader stierf totaal onverwacht, daarna verslechterde mijn thuissituatie. Op de RSG tegenover de Looijersgracht haalde ik mijn HBS diploma.
De Sportacademie in Arnhem werd gevolgd door studie andragogiek aan de Universiteit van Groningen. Onderdeel van deze studie was dat we allerlei therapieën zelf moesten volgen. Daardoor kwam ik erachter, dat ik wilde dánsen, zingen en acteren. En dat heb ik gedaan, mijn leven lang.
Hoe noem je jezelf dan?
Ik ben een performer, ik beheers allerlei kunstvormen en geef daarin ook les. Ik heb gewerkt in heel Europa, Singapore, Londen, Hongkong en op Samoa. Uiteindelijk belandde ik in Nieuw-Zeeland. Ik geef het altijd graag mijn juffrouw van de lagere school op de kop. Zij vertelde ons, dat je na heel diep spitten in de aarde in Nieuw-Zeeland uitkomt.
In de sportschool trof ik Rawiri, een echte Maori. Na wat geflirt maakten we een picknickafspraak. Heel eerlijk vertelde hij me, dat hij bezig was om met een lesbisch stel een kind te krijgen. Onze zoon Kapua en onze dochter Mira hebben we met ons vieren opgevoed. In Nieuw-Zeeland waren we het eerste kwartet met een dergelijke leefvom. Door de week waren de kinderen bij de moeders, in de weekenden bij ons. Het zijn prachtige kinderen.
In de Covidtijd ben ik gaan schilderen en exposeren. Drie weken geleden kreeg ik tijdens mijn zevende expositie een Arts Award en binnen 30 minuten kocht de gemeente Porirua een werk van mij. Zie ook http://www.bertvandijk.art
En nu weer in Steenwijk?
Rawiri, Mira en ik fietsen door de regio. In het enorm drukke Giethoorn hebben we nog een Indische vrouw uit het water gered, compleet in gele en rode sari. Rawiri vindt Nederland één groot aangelegd park en Mira heeft hier zelfvertrouwen gekregen op de fiets. Fietsen kun je hier veilig, dat is down under wel heel anders. Daar duwen ze fietsers het liefst van de weg.
Wat ik mis? De goede pensioenregeling, haha. Ik moet blijven werken, maar daar blijft een mens jong bij toch?
































