
Turkse arbeidsmigrant Avni Özyurt woont ruim een halve eeuw in Steenwijk: ‘Wij zijn een gelukkige familie’
· leestijd 2 minuten SteenwijkSTEENWIJK - Als één van de eerste Turkse arbeidsmigranten kwam Avni Özyurt (82) in 1973 naar Steenwijk. Ruim een halve eeuw later wil zijn kleinzoon Akin graag samen met zijn grootouders vertellen over hoe het hun familie van vier generaties is vergaan in Steenwijk. “Wij zijn een gelukkige familie. Twee zonen hebben een autobedrijf en twee kleinkinderen zijn topsporters!”
“In Turkije was geen werk en daarom ben ik in 1969 naar Europa gegaan,” vertelt Avni in zijn woning in Steenwijk-West. Een vriend, die daar al werk heeft, helpt hem. De destijds 26-jarige Avni reist daarna vanuit zijn dorp in de Turkse provincie Yozgat in centraal Turkije naar de Oostenrijkse hoofdstad Wenen. Zijn vrouw en twee kinderen blijven achter. “Twee jaar heb ik daar in een fabriek gewerkt die vliegtuigonderdelen produceerde,” vervolgt Avni. Omdat hij in Nederland meer kan verdienen gaat hij in een Steenfabriek in Dieren en daarna in een tapijtfabriek in Maassluis aan de slag, waar ook al een paar familieleden werken. “Na anderhalf jaar verhuisde de tapijtfabriek naar Steenwijk,” verklaart Avni zijn komst naar Steenwijk. Het is dan 1973. De fabriek heet Heuga en is gevestigd achter de Johan van den Kornputkazerne.
Zwaar werk in de tapijtfabriek
In 1977 kan Avni zijn vrouw Hatice, zoon Serdar en dochter Serap naar Steenwijk laten overkomen. Ze gaan wonen in een duplex in Steenwijk-West. Later verhuizen ze naar een eengezinswoning in deze wijk. Het gezin wordt uitgebreid met nog twee zoons: Osman en Weli. Hatice wil ook graag in de tapijtfabriek gaan werken, maar krijgt daarvoor geen toestemming. Samen met haar man gaat ze daarom eerst bij een schoonmaakbedrijf in Heerenveen aan de slag. “De baas van Heuga heeft ons later teruggeroepen,” vertelt Avni. Serap zorgt ondertussen voor haar twee kleine broertjes. Hatice vertelt: “Het was heel zwaar werk in de tapijtfabriek. Ik moest steeds klossen garen van vijf kilo op de machine zetten.” Haar man verpakt lange stukken tapijt in plastic rollen. Over haar collega’s en leidinggevenden zegt Avni: “Je had goede en slechte mensen, sommigen legden alles goed aan ons uit en anderen dreven ons op en zeiden dat we nog harder moesten werken.” Dankzij collega’s en buren leren beiden de Nederlandse taal spreken.
‘Trots op opa’
Hatice werkt zes jaar in de tapijtfabriek en Avni tot hij 50 jaar is en een operatie moet ondergaan. De kinderen zijn dan al uitgevlogen en redden zich goed in Nederland. Avni is trots op hen. Zijn twee jongste zonen runnen al ruim twintig jaar een goed lopend autobedrijf op industrieterrein Groot Verlaat. De familie is verder gegroeid met acht kleinkinderen en zes achterkleinkinderen.
Topsporters
Twee kleinkinderen zijn topsporters. Hatice (38) is actief als professioneel kickbokser en mixed martial arts-vechtster. Haar broer Avni (35) behoort tot de top van het Europese bodybuilding. In 2018 wordt hij als 25-jarige Europees kampioen. Akin, die student accountmanager aan het Deltion in Zwolle is, zegt dat ze die successen mede aan hun opa te danken hebben. “Ik ben trots op mijn opa dat hij hierheen is gekomen en zo voor een betere toekomst voor zijn kinderen en kleinkinderen heeft gezorgd.”
Samen feestdagen vieren
Buiten het werk om brengen de Özyurts veel tijd met elkaar door. “Met feestdagen, zoals het Suikerfeest, Offerfeest en Vader- en Moederdag komen we allemaal bij elkaar,” vertelt Hatice. Ze maakt dan Turkse lekkernijen zoals baklava en arabasi (pittige kippensoep). Ook zijn de familieleden vaak in de moskee in Steenwijk-West te vinden. “Ik ga er dagelijks heen om te bidden,” aldus Avni. Ook ontmoet hij daar graag andere Turken. Lachend vertelt hij dat hij heel wat ooievaarsjongen heeft gered, die uit het nest op de paal voor de moskee vielen.
Kibbeling en haring
Uit de Nederlandse cultuur heeft de familie verschillende dingen overgenomen. Hatice: “We steken vuurwerk af met Oud en Nieuw, maken dan oliebollen, eten elke dag om zes uur en ik ben zelf dol op kibbeling en haring.” Hun band met hun roots onthouden de familieleden door jaarlijks naar hun huis in Turkije te gaan. Zich weer voorgoed in Turkije vestigen willen zij niet. “Drie maanden is zat genoeg, we vinden Nederland een mooi land, hier hebben wij alles en hier wonen onze kinderen en kleinkinderen,” besluit Hatice.
![]()
Weli (links) en Osman Özyurt - Foto: Hilda Knol

































