
Column Harry Stegeman: Scheveningen aan de Zuiderzee
· leestijd 1 minuut AlgemeenScheveningen aan de Zuiderzee
Het fietspad net voorbij de binnenhaven loopt parallel aan het Vollenhoverkanaal. Links van me ligt Vakantiepark ’t Akkertien. Ietsje verderop, aan het water, was het hier ooit Scheveningen in het klein.
Even terug in de tijd, naar het begin van de jaren dertig. Het was al een paar jaar op mooie dagen best druk geweest op het zandstrandje hier, aan de Zuiderzee. Je zat er lekker beschut,met het Voorster klif in de rug en je kon er prima zwemmen. Vollenhovense ondernemers roken hun kans, ze zagen handel in het strand. In mei 1933 opende paviljoen Zwemlust zijn deuren, met een tennisbaan ernaast, een speeltuin en een paar badhokjes. Er was een stuk zwemwater afgepaald, een aanlegsteiger voor zeilboten liep dertig meter de zee in.
Het paviljoen trok meteen al op Tweede Pinksterdag vierduizend gasten. En de toeristen bleven komen, die zomer en ook het jaar erna. Dagjesmensen kwamen met de stoomtram vanuit Zwolle en met de bus vanuit Meppel. De rondvaartboot Stad Genemuiden en passagiersboten uit Zwolle en Meppel legden aan bij de verder uitgebouwde steiger. Vollenhove was enkele seizoenen dé badplaats van het oosten.
In 1937 verschenen baggeraars voor de aanleg van de ringdijk van de Noordoostpolder. En niet veel later was het over en uit met de Zuiderzee. Het paviljoen werd in 1946 gesloten.
Het is 2022. Ik zie een badstrandje in pocketformaat, net groot genoeg om met z’n tweeën pootje te baden. Er steken nog een paar houten palen uit de tijd van vóór de polder boven het water uit. Maar er zijn zeer serieuze plannen om een nieuw badpaviljoen te bouwen.





























