
Paradijsvogels, de allermooiste vond je in Steenwijk West: ‘We hadden niks, maar we hadden elkaar’
· leestijd 1 minuut CultuurSTEENWIJK - Hartverwarmende staaltjes revue, recht uit het hart. “Paradijsvogels, de allermooiste vond je in West”, zo wordt er gezongen. Een pluim op de hoed voor allen die deze zomer knetterhard gewerkt hebben aan dit fraaie pareltje over de volkswijk Steenwijk West. Drie keer een bijna volle theaterzaal, zo’n 1800 mensen waaronder veel ouderen, genoten met volle teugen van de tijd van vroeger.
Het begon allemaal op de stadswallen. Een stadsgids geeft een rondleiding. Onder haar arm draagt ze een soort van bijbeltje, oftewel het boek “Opgroeien in het Dal” van Liesbeth Hermans en Carolina Linthorst. En de toeristen willen graag een kijkje nemen in ’t Dal, maar daar heeft de gids geen oren naar. “West, dat is het Rooie Dorp, de Kleine Kamp en ’t Dal, waaronder de Verlaatseweg. Daar durft zelfs de politie niet te komen. Er wonen alleen maar armoedzaaiers die uit zijn op geweld. Broeinest van ellende”, zo roept ze angstig. “Wat Saint-Denis is voor Parijs, de Bijlmer voor Amsterdam, de Bronx voor New York, dat is West voor Steenwijk.” West was inderdaad veel armoede, maar er woonden ook heel veel mensen met het hart op de goede plaats, zo wordt snel duidelijk. “We hadden niks, maar we hadden mekaar”, is een kreet die vaak klinkt en ook gezongen wordt.
‘Schijtende duiven’
En dan had je die duiven, veel mensen in West hadden een hok vol. “Die gore rotbeesten schijten alles onder”, zo mopperde een buurvrouw die zag dat haar “schone” was onder de stront zat van de gevleugelde vrienden uit de buurt. En wat dacht je van parkwachter Baaije, nou dat was een kwaaie. Baaije van Dijk, of “Van Diek” zoals de Steenwijkers hem noemden. Nee, die had geen goed woord over voor West. “Het is tuig, gespuis dat ik niet in het park wil hebben”, roept Baaije zittend op zijn fiets. “Laat dat tuig op de kinderen letten. Pubers die in het park aan elkaar zitten te plukken en ook aan elkaars verboden vruchten”, klinkt het woest. En ook een bijzonder lied. “Val dood maot, leef ie ook nog?” Want echte Steenwijkers gaan niet dood. “Nee, ze komen hooguit in een positie dat ze de Steenwijker Toren vanuit een ander perspectief gaan bekijken.”
‘Een brief aan mijn moeder’
Juffrouw Annie de Weger hielp de bekendste inwoner van West met het schrijven van een brief aan zijn moeder. Freekie Oosterhof deed de brief aan een vlieger. “Lieve ma, hier is Freekie. Ik kom eraan.” Soms wordt er een traantje weggepinkt. Mensen lieten Freekie weleens rare dingen doen, zoals in de broek plassen, waarvoor hij dan als beloning een biertje kreeg. Maar Freekie bleek vergevingsgezind. “Ik neem niemand iets kwalijk, jullie zijn lieve mensen.” En de zang blijft prachtig. “Als je in ’t Dal geboren bent word je nooit een kwartje. Een dubbeltje zal je blijven”, zo klinkt het. Drie keer applaus van een bijna volle zaal en een staande ovatie voor deze toppers!
Door Don van der Veen






































