
Column Harry Stegeman: Langs de oude zeedijk naar Zwartsluis
· leestijd 1 minuut ColumnHarry Stegeman woont al bijna een halve eeuw in het midden van het land. De Kop van Overijssel is het land van zijn jonge jaren. Van hem verscheen bij KNNV Uitgeverij ‘In de Kop van Overijssel - lopen, fietsen en stilstaan’.
Ik ben blij met m’n fiets, bij De Krieger. De zeven kilometers op het fietspad naar Zwartsluis zijn niet heel spannend, met links de hoge dijk en rechts vooral gras, gras en meer gras.
Jammer dat ik niet even op het Vogeleiland mag rondlopen, daar verderop in het Zwarte Meer. Het is in 1942 opgespoten met grond die vrijkwam bij het graven van de vaargeul naar Vollenhove. Er zijn esdoorns en linden geplant – en daar bleef het bij: de natuur mocht zijn gang gaan.
Aan de oevers liggen nu moerassige rietlanden, met naar verluidt het beste riet van West-Europa. Maar de rietsnijders moeten uit de buurt blijven. Ook de recreanten zijn niet welkom. De vogels zijn heer en meester in deze wildernis met volstrekte rust.
Oeroude veer naar Genemuiden
Bij het ‘zijltje’ halverwege de oude zeedijk heb ik toch even spijt dat ik vandaag niet wandel. Er loopt een mooi pad naar het Zwarte Meer en dan verder over de zomerdijk tot aan het oeroude veer naar Genemuiden. Het leger van Alva stak daar in de Tachtigjarige Oorlog over, op weg naar Heiligerlee. Een paar eeuwen later bliezen op deze plek vierduizend soldaten van het leger van Napoleon de aftocht na de rampzalige veldtocht in Rusland, op weg naar huis. Precies honderd jaar terug kapseiste de veerpont in hevig noodweer: elf mensen verdronken, waaronder de burgemeester en zijn vrouw en de veerman met zijn zoon.
De ‘nieuwe natuur’ begint voorbij de afslag naar de veerweg aarzelend toe te slaan. Maar ik kijk nog altijd tegen de dijk aan. In de Barsbeker Binnenpolder daarachter rukken gelukkig de weidevogels op.
En dan is daar Zwartsluis.































