
Column: Mooi wonen op De Oldenhof
· leestijd 1 minuut ColumnHarry Stegeman woont al bijna een halve eeuw in het midden van het land. De Kop van Overijssel is het land van zijn jonge jaren. Van hem verscheen bij KNNV Uitgeverij ‘In de Kop van Overijssel - lopen, fietsen en stilstaan’.
Ik ga aan het eind van het fietspad langs het Kadoelermeer naar links. De Wendeler Bentweg stuit op de Oppen Swolle, de ‘snelweg’ tussen Vollenhove en Zwartsluis. Aan de overkant schiet vanaf de Halleweg een gravellaan het coulisseland in. De duiventil in het weiland illustreert het privilege dat grootgrondbezitters met blauw bloed werd verleend: het houden van duiven, het eten van hun eieren en het exploiteren van hun mest. In het bos ernaast hebben oude, knoestige bomen de overhand.
Op een bordje bij de boerderij aan het eind van de laan lees ik: ‘Verse eieren te koop in het bakhuisje, 15 cent, stuk’. Stuk? Van de kip toch wel? Je kunt er ook koffie en thee krijgen, helemaal uit Nepal. Om de hoek ligt natuurkampeerterrein De Oldenhof.
Havezate
Het Zuiderzeepad, het Christoffelpad, het Weerribben-Wiedenpad, ze doen allemaal het landgoed De Oldenhof aan. De havezate zelf is vanzelfsprekend ook van de partij. Het aan drie zijden uit zijn gracht oprijzende Huis uit 1643 is in oude luister hersteld, maar wordt niet meer door een telg uit een adellijk geslacht bewoond – of het moet bij toeval zijn.
Jan Willem Gerard baron Sloet bracht De Oldenhof in 1976 onder in een stichting en die maakte er een voornaam appartementencomplex van. Dat vormt nu de spil van een groot landgoed, met een grote tuin, een sfeervol parkbos, twee achttiende-eeuwse boerenhofsteden, nog meer oeroude bossen en de nodige landerijen. En die natuurcamping dus.
In de tuin trekt in mei een bijzondere boom de aandacht: de Chinese davidia involucrate lijkt dan vol met zakdoekjes te hangen. Maar het moet hier ook gedurende de rest van het jaar mooi wonen zijn.































