
Column van Harry Stegeman: Langs de Arembergergracht
· leestijd 1 minuut ColumnHarry Stegeman baseert zijn columns vooral op zijn boek ‘In de Kop van Overijssel - lopen, fietsen en stilstaan’. Het boek is tot 31 december verkrijgbaar bij knnvuitgeverij.nl voor een speciale actieprijs.
Ik verlaat Zwartsluis. Het Groot Lageland – zo heet de straat hier – loopt pal langs de Arembergergracht. Langs de Stroombeek – zo kan een straat ook heten – stroomt de gracht op gepaste afstand. Riet, rust en ruimte maken al snel weer de dienst uit. De Arembergerweg stuit even verderop op de Woldweg. Het moeras van De Schinkellanden komt bijna tot aan de weg. Er werd hier tot rond 1940 turf gewonnen, het oude patroon van legakkers en meer en minder verlande trekgaten is in het kraggenlandschap nog goed zichtbaar. De vervening is in dit gebied noodgedwongen wat rommelig aangepakt. Er moest om zandopduikingen worden heen gewerkt en dan krijg je een mengelmoesje van wel en niet afgegraven stukken.
Belt-Schutsloot
Daar is Belt-Schutsloot. De Arembergerweg verandert bij het bruggetje over de Arembergergracht van naam, hij wordt Havezatherweg. De overlevering wil dat iets verderop halverwege de veertiende eeuw een havezate heeft gestaan. Maar de bewijzen laten nog op zich wachten. Belt-Schutsloot had heel lang een veerpontje. Berend Knol was de laatste pontbaas. Hij bediende het pontje van 1932 tot 1964 samen met zijn vrouw Jentje. Zij overdag, Berend ‘s avonds – hij moest overdag in het riet of op het turfveld zijn. De twee maakten lange dagen, van vijf uur in de ochtend tot tien uur ‘s avonds, zeven dagen per week. Kwam je na tienen, dan kwam Berend z’n bed uit. Je betaalde dan wel dubbel tarief.
Brug
In 1964 kwam er een brug, in het verlengde van de Belterweg die Belt-Schutsloot een paar jaar daarvoor met de auto bereikbaar had gemaakt. Het pontje ging naar Jonen, waar veerbaas Wicher Michels er blij mee was. Die gebruikte tot dan een roeiboot.
































