
Column van Harry Stegeman: Naar Poepershoek
· leestijd 1 minuut ColumnHarry Stegeman baseert zijn columns vooral op zijn bij KNNV Uitgeverij verschenen boek ‘In de Kop van Overijssel - lopen, fietsen en stilstaan’.
Ik was even bij de havezathe De Oldenhof en kom nu via een sluipweggetje bij boerderij De Halle weer op de Halleweg. De weg slingert, het landschap golft, links gaat een aardappelveld omhoog, rechts duikt een maisakker omlaag. Het is hier een feest voor wie van houtwallen en van ooievaars houdt. Voor een boerderij is een boekenkioskje: ‘lenen of houden,’ staat er. Zal ik Henny Thijssing-Boers Eens komt het geluk meenemen? De boerderijen langs de Bergkampen, even verderop, mogen dan bescheiden zijn, de bewoners zijn ondernemend: Grietje’s Lingerie en Ruach Uitvaartbloemist doen op één erf zaken. Schuin tegenover de Gereformeerde Kerk ligt het Knoppersbos. Het hakhoutbosje van maar een paar hectare is ‘eeuwenoud’ - ik zeg dat op gezag van erkende ecologen. Het wordt door Natuurmonumenten beheerd, vanwege de cultuurhistorische waarde en de natuurwaarde. Langs het wandelpad staan de adelaarsvarens metershoog.
Buben
Ik ben hier inmiddels in Kadoelen. Op de rand van het heideveld dat hier ooit lag, doolden lang geleden de witte wieven, kwade geesten. Van ‘quadolen’ is het maar een kleine stap naar ‘Kadoelen’. En van Kadoelen ben je ook zo in Poepershoek. Geen fijne naam voor het mooie, smalle, slingerende weggetje met snoeperige boerderijtjes aan weerskanten. Maar het is minder erg dan het lijkt. Van de 17e tot in de 19e eeuw kwamen veel Duitsers naar het Land van Vollenhove om er in de vervening te werken. Het weinig vriendelijk klinkende ‘poepen’ zal een verbastering zijn van ‘Buben’, Duits voor jongens. De familienaam Poepjes herinnert aan die tijd.
































