
Column van Harry Stegeman: Op de Woldberg
· leestijd 1 minuut ColumnHarry Stegeman baseert zijn columns vooral op zijn bij KNNV Uitgeverij verschenen boek ‘In de Kop van Overijssel - lopen, fietsen en stilstaan’.
Ik ben in het Steenwijkerwold, net boven Tuk, en beklim de Woldberg. Die ligt hier, met dank aan de ijslob die in de voorlaatste ijstijd net door het oerdal van de Steenwijker Aa was gegleden en toen besloot te smelten, de hoop zand, keileem, grind en keien die hij had opgeschoven achterlatend. Bij het verharden van de paden hier is puin gebruikt dat overbleef na het bombardement op Rotterdam. Zo verschenen hier plantensoorten die het van kalkrijke gronden moeten hebben. Mooi, dat holle weggetje hier, ik verbeeld me dat ik in Zuid-Limburg loop. Langs het diep uitgesleten pad proberen de wortels van de beuken de grond te behoeden voor verder verdwijnen. De brede stekelvaren en de adelaarsvaren steken een handje toe. Hoor ik geblaf? De Hondenschool De Vrolijke Staart moet hier ergens zijn.
Houten belvedère
Bovenop de Woldberg heeft een tijdje een houten belvedère gestaan, de fundering ligt er nog. Ik heb niet echt het idee dat ik op een bergtop sta. Het uitzicht is niet als op de uitkijktoren van even eerder, het Abe Lenstra Stadion is in geen velden of wegen te zien. Bomen en nog meer bomen, dat is het. Ze zijn aangeplant door de Haagse familie Schlingemann, die het gebied tweeëneenhalve eeuw lang in eigendom had. Het zijn dus wel écht woudreuzen: majestueuze beuken en eiken, in opvallende lanenstructuren. Als je beukenlanen op je grond had, dan kon je een potje breken, vroeger.
Strade bianche
Voorbij Camping ’t Kappie is het gedaan met de Bergweg, die me al vanaf Tuk gezelschap hield. Ik loop nu op de Eiderberg, een grijsbeige zandweg. Waande ik me zojuist heel even in Zuid-Limburg, nu slaat mijn fantasie helemaal op hol: kijk door mijn oogharen, dan loop ik op een strade bianche boven het Toscaanse Pienza.































