
Column van Harry Stegeman: Op de Lozedijk
· leestijd 1 minuut ColumnHarry Stegeman baseert zijn columns vooral op zijn bij KNNV Uitgeverij verschenen boek ‘In de Kop van Overijssel - lopen, fietsen en stilstaan’.
Er is nog een heel klein stukje oude Zomerdijk tussen Beukerssluis en Meppel, en precies daar ligt een kluitje boerderijen. Doosje heet het hier. Zou het buurtschapje die fraaie naam danken aan de kartonnen doos waarin varende passanten bij het sluisje dat hier eens lag het schutgeld moesten deponeren? Of zou hier een familie Doosje hebben gewoond. Zou het misschien van ‘de Hoosjes’ komen? De Haagjesgracht die even buiten Doosje voorzichtig aan haar weg naar Wanneperveen begint, komt voorbij Wanneperveen uit op de Hoosjesgracht. Wie zal het zeggen.
Ik ga met de Haagjesgracht mee, over de Lozedijk, die eigenlijk geen dijk is. De van huis uit Middelkluftse Stouwe langs de westelijke oever van de gracht is in de loop van de zeventiende eeuw afgegraven – daarom heet-ie nu Lozedijk.
Slootje
De Haagjesgracht, een bijna vier kilometer lange turfgracht, is uit het begin van diezelfde eeuw. Pas na een paar honderd meter begint het slootje heel iets van een grachtje te krijgen. Al snel stuiten de Reeënweg en de Schutsloot, ook ooit een turfvaart, op de Lozedijk. Het slootje, want meer is ook dit niet, maakt noodgedwongen een haakse bocht naar links en bereikt zijn eindbestemming, de Haagjesgracht, dus op een haar na niet. De turfvaarten hebben het moeilijk, heden ten dage.
Eendenkooi
Halverwege Wanneperveen ligt het Kiersche Wijde, een flinke veenplas, met vlak daarnaast een diep zandgat. Het Kiersche Wijdepad loopt er in een grote boog omheen. Ik zie trekgaten, moerasbosjes, blauwgrasland, hooiland, open water, hekken, hoge en gewone bruggetjes en houten vlonders. De eendenkooi die er ook moet zijn, houdt zich schuil achter het geboomte en het struikgewas. Ik moet het vandaag zonder de kleine karekiet, de rietgors, de blauwborst, de roerdomp en de waterral doen.































