
Nieuwe aflevering column Adriaan Noordergraaf: Grootmeester
· leestijd 1 minuut ColumnOf het nou kwam omdat ik keek naar de reportage op de derde dag van september of ik had die avond te zwaar getafeld. Ik droomde de nacht daarna dat ik grootmeester was. Misschien moet ik even uitleggen wat die functie inhoudt. Als je grootmeester bent, heb je de leiding over alle mensen die werken aan het hof. Ook geef je adviezen aan de Koning en Koningin. Bovendien onderhoud je de contacten met de collagevorsten en de ambassadeurs. Goed, het is duidelijk denk ik.
Oranjekoek
Ik droomde dus dat ik zijn baantje had. Ik had een prachtig kantoor en mensen om me heen die mij in alles begeleidden. Ze hielpen me in de jas en als ik koffie wilde, stond het al voor me, al dan niet met een oranjekoek. Het was geen makkelijk werk en je moest geduld hebben. Als bijvoorbeeld een van de prinsessen in een hotpants naar een galadiner wilde, moest ik die hoogheid voorzichtig uit dat kledingstuk praten. Niet letterlijk natuurlijk, want dat hoort niet bij mijn functies. En als er een ambassadeur op het matje geroepen moet worden, heb ik de twijfelachtig eer om deze man uit te nodigen.
Prinsjesdag
Natuurlijk gaat het ook wel eens mis, grandioos mis. Op de jongstleden Prinsjesdag gebeurde er iets wat nog nooit gebeurd was, ik versliep me. Ik werd wreed gewekt door de telefoon. Het was de koning die vroeg waar ik bleef. Mijn vrouw was naar onze hoogzwangere dochter, dus ik was alleen thuis. Terwijl ik me uitputte in verontschuldigingen had hij de verbinding al verbroken. Na het douchen en aankleden rende ik naar de keuken en at staand een boterham met marmelade. Dat is voor mij een traditie die ik ook erg lekker vind. Helaas viel er een klodder oranje jam op mijn overhemd. Dat koste tijd om een schone aan te trekken.
De chauffeur die me op zou halen was natuurlijk in geen velden of wegen meer te bekennen. Een taxi kon ik ook niet bellen, want er was een storing op het net. Ik was genoodzaakt om de fiets te pakken. Gelukkig woon ik ook in Den Haag maar het duurde lang voor ik bij de personeelsingang van het werkpaleis aankwam. Ik hoorde in de verte het Wilhelmus al spelen, dus ik had geen seconde te verliezen. Ik griste de leren map met de troonrede van mijn bureau en snelde naar de uitgang waar op dat moment mijn baas en zijn vrouw in de glazen koets stapten.
Vraag me niet hoe ik bij de Koninklijke Schouwburg terecht kwam, maar op het moment dat het koninklijk paar binnen stapte zat ik op mijn plaats. Na alle toeters en bellen kwam de lezing. Ik vond dat de koning al vreemd fronste toen hij het papier openvouwde. Hij begon te lezen: “Leden van de Staten Generaal, Een ons ossenworst, kropje sla en een liter halfvolle melk…” Toen ik me realiseerde dat ik per ongeluk de boodschappenbrief in plaats van de troonrede had meegenomen werd ik wakker. Dromen zijn bedrog!































