
In Blokzijl
· leestijd 1 minuut ColumnVan Harry Stegeman verscheen bij KNNV Uitgeverij ‘In de Kop van Overijssel - lopen, fietsen en stilstaan’. Voor zijn columns put hij hieruit.
Ik sta bij de havenkolk, het stadsplein van Blokzijl. Kijk die deftige huizen, statige koopmanshuizen, trapgevels, klokgevels en halsgevels alsof dat doodnormaal is. Kijk die platbodems in de kolk. Kijk die schilderachtige straatjes eromheen: de Bierkade, de Brouwersstraat, de Domineeswal, de Kerkstraat, de Groenestraat, de Noorderkade, het Oude Verlaat – ze grossieren hier in rijksmonumenten uit de 17e, 18e en 19e eeuw.
Oorlogvoeren
Blokzijl was belangrijk vanwege zijn haven. Ook als het op oorlogvoeren aankwam, stond het stadje zijn mannetje. In de Tachtigjarige Oorlog hield het de Spanjaarden op afstand, een kleine eeuw later werkte het Bommen Berend de poort uit. Maar daar bleef het niet bij. Ik loop de Kerkstraat in. Het verlengde daarvan, over de stadsgracht, heet Rietvink. Zo heet ook het hele wijkje hier, een eiland eigenlijk. Hier vond op zondag 19 oktober 1930 letterlijk een veldslag plaats, op het voetbalveld van BVC, de Blokzijlse Voetbalclub. De landelijke kranten en zelfs de radionieuwsdienst maakten er gewag van. Het is rustig nu, op de Rietvink.
Mooi beeld
Ik keer terug naar de havenkolk. Ook daar bruist het vandaag niet. Ik las ergens: ‘Het stadje lag in een hoefijzervorm rond de Kolk, een ongeveer driehonderd meter lange en honderd meter brede haven. Aan weerskanten stonden hoge huizen, die zich als gepensioneerde zeekapiteins rankuneus blind staren in het gore water’. Dat is een mooi beeld. Blokzijl keek eeuwenlang uit over de Zuiderzee. Het voelt langs de havenkolk toch een heel klein beetje alsof de zeeschepen elk moment kunnen binnenvaren.




























