
Laatste column van Harry Stegeman: Terug in Nederland
· leestijd 1 minuut ColumnVan Harry Stegeman verscheen bij KNNV Uitgeverij ‘In de Kop van Overijssel - lopen, fietsen en stilstaan’. Voor zijn columns put hij daaruit. Dit is de laatste column.
Ik was in Baarlo en loop nu op de Veldhuisweg. Aan weerszijden van de weg staan betrekkelijk nieuwe boerderijen. Naast het boerenbedrijf in de haakse bocht staat een zuivelfabriekje. Hier zit Weerribben Zuivel, van Klaas de Lange. Die nam de boerderij en het fabriekje over van zijn vader Harm, die eerst nog aan de Rietweg in Nederland boerde, zo’n vijfhonderd meter verderop. Harm had die eerdere boerderij van zijn vader Klaas, die tien koeien molk. En die had hem weer van zíjn vader.
In 1984 besloten de mannen het boerenbedrijf om te schakelen naar een ‘biologische melkveehouderij, met oog voor natuur, milieu en klimaat’. Kaas, boter, room, vla, pap, yoghurt, kwark, koffiemelk, ze maken het allemaal zelf nu al een tijdje. Klaas junior heeft inmiddels zo’n driehonderd hectare (natuur)grond en driehonderd koeien – en vijftig medewerkers. Wat Weerribben Zuivel vandaag maakt, staat morgen op de stoep van de klant. Net als vroeger, eigenlijk. Alles verandert ook in de Kop van Overijssel. En toch ook weer niet.
Ik loop verder op de Veldhuisweg. Al snel doemen rietvelden op en komt de Roomsloot me gezelschap houden. En dan: daar is het weer, dat witte plaatsnaambordje met die oranje letters. Ik ben weer terug waar ik mijn tocht begon. Ik ben in Nederland.
Moeite met loslaten
Het kost me moeite de Kop van Overijssel los te laten. Het gebied heeft me zo lang en zo vast in de greep gehouden. Wat zag ik De Kop en zijn landschap al die tijd bijzonder zijn en bijzonder blijven. Ze zijn nog lang niet van me af, hier.
Maar u bent wel van mij af. Ik trok zo’n drie jaar samen met u door de Kop van Overijssel en genoot daar buitengewoon van. Ik hoop dat u dat zo nu en dan ook een beetje deed.
































