
Nieuwe aflevering column Harry Stegeman: In Kuinre
· leestijd 1 minuut ColumnVan Harry Stegeman verscheen bij KNNV Uitgeverij ‘In de Kop van Overijssel - lopen, fietsen en stilstaan’. Voor zijn columns put hij daaruit.
Ik steek aan het eind van de Lindedijk de Linde over. Niet meer dan een wat truttig kanaaltje, dat is wat er over is van de eerder nog zo fraai meanderende rivier. Rechts van me ligt de begraafplaats, links loopt de Henric de Cranestraat. Kuinre bestond tot halverwege de vorige eeuw uit alleen maar die ene, lange hoofdstraat: het dorpje paste maar net tussen de laatste stukjes Linde en Kuinder.
Op de plekken van de naar de Kuinderpolder verplaatste boerderijen staan nieuwere huizen, met de nok van het zadeldak dwars op de straat. Je kijkt ertussendoor mooi naar het open achterland.
Kraanvogel
Wie was die Henric de Crane wel, dat die enige straat in Oud Kuinre naar hem werd genoemd? Ik vond een verklaring. Heinricus Grus zou in de twaalfde eeuw de eerste Heer van Kuinre zijn geweest. Hij bewoonde een burcht die de bisschop van Utrecht bijna een kilometer verderop had laten bouwen. Die Henricus had nogal een lange nek, als van een kraanvogel. ‘Grus grus’ is Latijn voor kraanvogel en Heinricus Grus werd van lieverlee Henric de Crane. Als je het mij vraagt komt de naam van het Brabantse kasteel Cranendonck dat toen in het bezit van de familie was.
Ik loop de smalle Henric de Cranestraat in. Jacob van Lennep en Dirk van Hoogendorp waren hier in 1823 op hun voetreis door Nederland ook: ‘Te twaalf uur kwamen wij aan aan de Kuinre; hier danste ons rijtuig over de slecht geplaveide steenen. De Kuinre bestaat uit eene rij huizen, in ’t lang gebouwd, en van ouderdom instortende; aan de stal der herberg zag ik een fraai geschilderd, doch half ingeslagen ouderwetsch vensterraam’.
De straatklinkers liggen er twee eeuwen later goed bij, ik zie geen instortende huizen, het vensterraam is gerepareerd. En zouden de heren echt maar één rij huizen hebben gezien?






























