
Nieuwe aflevering column Philip Friskorn: De boomkikker, klein en lenig
ColumnIn deze rubriek verschijnt dit keer de boomkikker van de fotocamera van natuurfotograaf Philip Friskorn uit Oldemarkt.
Met slechts een lengte van ongeveer 5 cm is de boomkikker een heel klein kikkertje. Opvallend is zijn grasgroene uiterlijk en de zuignapjes aan de uiteinden van de tenen. Hiermee kan hij heel goed klimmen, zelfs over doornige braamstruiken. De bruinzwarte band op de flanken is onmiskenbaar. De mannen hebben één grote kwaakblaas onder de kin. De ogen hebben bij beide geslachten een horizontale pupil.
Kekkekkek
De boomkikker kunnen we horen vanaf medio april tot medio juni, ze laten dan hun karakteristieke kekkekkek geluid horen. In die tijd worden de eitjes afgezet door de vrouwtjes in aantallen van rond de 200 in watergebieden met ondiep water.
Camouflage
Medio april trekken de oudere mannen naar het water en roepen daar om de vrouwen te lokken. De jongere mannen komen later, ieder op zijn beurt! Alleen in de periode van de voortplanting leven boomkikkers in het water om daarna op het land te leven. Ze verbergen zich veelal in struwelen rond een waterpartij. Het bijzondere van boomkikkers is dat ze hun kleur kunnen veranderen van groen naar lichtbruin, een prachtig voorbeeld van camouflage.
De boomkikker staat op de Rode Lijst als kwetsbaar. In Twente, de Gelderse Achterhoek en in West- en Zuidwest Drenthe kun je ze vinden. Met name bij waterpartijen omringd door struwelen van braam en andere struiken. Het is best zoeken, want door hun schutkleur en hun kleine formaat vallen ze nauwelijks op.
Blijf zoeken naar dit mooie amfibie.






























