
Nieuwe afleveling natuurcolumn Philip Friskorn: De wintertaling
· leestijd 1 minuut ColumnDeze natuurcolumn wordt verzorgd door natuurfotograaf Philip Friskorn uit Oldemarkt. Dit keer verschijnt de wintertaling voor zijn camera.
De wintertaling is een van de kleinste eenden in Nederland. Zij houden van moerasgebieden, dus in de Kop van Overijssel voelt deze eend zich thuis. Ze leven van kleine waterdieren en planten. In de winter zien we ze meer dan in de zomer. Het mannetje valt op door zijn kastanjebruine kop en het groen rond het oog. Opvallend is de witte vleugelstreep en de gespikkelde borst. Wat vooral in het oog springt is de zwarte staart met de roomkleurige driehoekige vlek aan beide kanten. Het vrouwtje is bruingrijs, maar heeft die onmiskenbare groene spiegel.
Verscholen in het riet
Vroeg in de lente tot in juli broeden wintertalingen goed verscholen in het riet. Ze blijven veelal in de veilige beschutting van het riet, ook na het uitbroeden van veelal meer dan tien eieren. Ze filteren water op zoek naar waterdiertjes zoals slakken, diverse insecten en kreeftjes. Ook kunnen ze grondelen om diverse waterplanten te verorberen.
Overwinteren
In Nederland staat de wintertaling met ongeveer 1000 broedparen op de Rode Lijst. Deze vogel is een veel meer voorkomende broedvogel in Scandinavië en Noord-Rusland en tijdens de voorjaars- en najaarstrek komen grote aantallen naar onze streken of trekken verder door naar het zuiden tot zelfs Midden-Afrika. Het zijn echte lange aftstandstrekkers. Een groot deel blijft echter in onze gebieden overwinteren met aantallen tot 100.000 (Bron: SOVON). Omdat de wintertaling een zeer schuwe eend is voelt hij zich thuis in het Nationaal Park Weerribben-Wieden met ruim voldoende rustige gebieden. De kans is het grootst om in de winter, hoe toepasselijk kan de naam zijn, de wintertaling te spotten.






























