
Kopletters: ‘Uit de bajes Veenhuizen’
· leestijd 1 minuut ColumnIn deze rubriek beschrijft Annica Koot uit Steenwijk dit keer het boek ‘Uit de bajes Veenhuizen’ (2025) van Clemens van den Brink. De uitgever is Noordhoek.
Van een klein buurtschap in 1800 is Veenhuizen langzaam veranderd in een zelfvoorzienend gevangenis dorp tot dat zo bleef tot 1985. Oorspronkelijk werden drie gebouwen opgericht voor weduwen en wezen, vervolgens voor landlopers en paupers gebruikt in 1859 als dwangkolonie en vanaf 1875 een strafkolonie, gevangenisdorp. In dit boek worden de verhalen verteld van bewakers en ex-gevangenen. Toen verboden voor buitenstaander, nu mogen bezoekers wel naar binnen om het museum te bezoeken.
In de inleiding wordt duidelijk beschreven waarom en hoe Veenhuizen begonnen, gevormd en veranderd is van opvang voor 4500 paupers en daklozen, alcoholisten, weduwen en wezen waar een vak geleerd kon worden en men werkte voor de kost in eigen werkplaatsen en toen het uiteindelijk een strafkolonie werd moesten de gevangenen soms door een klein vergrijp tot Veenhuizen veroordeeld, ook werken onder vaak erbarmelijke omstandigheden.
Dat Veenhuizen pas in 1985 ophield als bajes te bestaan is haast niet te geloven. Zo kort geleden, bestond er een aparte wereld waar weinig van bekend was. De schrijver was zoon van een bewaker en heeft zelf veel gehoord en gezien, en er al eerder over geschreven. In dit boek staan de verhalen die eerder onder de zwijgplicht vielen en nu verteld door soms al op leeftijd zijnde bewakers en gevangenen. De schrijver schroomt niet om namen te noemen van de bekende Nederlanders die er ook gezeten hebben.
Misschien komt het door de leeftijd van de schrijver maar de schrijfwijze doet wat ouderwets aan. Hij gebruikt veel spreekwoorden en in de tekst zijn veel herhalingen. Een kritische redacteur had het tot een beter boek kunnen maken. Maar toch ga ik binnenkort naar Veenhuizen om er zelf eens te kijken, dat heeft het boek wel bereikt!






























