
Acht vragen aan Harry Stegeman: columnist schrijft laatste column over zijn tour door de Kop
· leestijd 4 minuten AlgemeenHarry Stegeman heeft vanaf het begin van het verschijnen van Nieuwsbode De Kop columns geschreven over zijn fiets- en wandeltocht door de Kop. Hij baseerde zich daarbij op zijn bij KNNV Uitgeverij verschenen boek ‘In de Kop van Overijssel - lopen, fietsen en stilstaan’. Op verzoek van de redactie maakte hij daarbij extra lussen door Westerveld en de Noordoostpolder. In december verscheen zijn 86e en laatste aflevering: ‘Terug in Nederland’. Stegeman blikt in dit interview terug daarop door acht vragen te beantwoorden.
Welke link heb je met de Kop van Overijssel?
Ik bracht mijn middelbare schooltijd door in Meppel. Mijn zeilboot, eerst een ‘kleine BM’ en later een Stern, lag bij paviljoen ‘t Wiede in Wanneperveen. Van de lente tot aan het eind van de zomer was ik elk weekend en elke vakantie op en langs het water te vinden. En ‘s winters was het schaatsen geblazen op de plassen en grachten, van Giethoorn tot aan Blokzijl.
Mijn liefde voor het gebied kon na die mooie jaren niet meer stuk. Ik woon nu al bijna een halve eeuw in het midden van het land, maar heb de Kop van Overijssel nooit in de steek gelaten. Ik kom er ieder jaar wel een paar keer. Een stille zomeravond op het water van de Belterwiede, als de wind is gaan liggen en de dagjesmensen zijn vertrokken – mooier wordt het niet.
Noordwest Overijssel is ook het land van de helft van mijn voorouders. Opa Harm Vos was bakker in Wanneperveen en zijn voorvaderen waren veehouder, molenaar, scheepstimmerman of eendenkooikers. Oudovergrootvader Jan Pieters Huisman had in de negentiende eeuw een scheepstimmerwerfje nabij de Blauwe Hand en stond zo aan de wieg van de Vollenhoofse jachtwerf Royal Huisman. Het huidige Strandpaviljoen Aan ‘t Wiede begon in 1934 als theehuisje van mijn tante Ale en ome Jacob. De Kop van Overijssel. Eigenlijk hoor ik er thuis.
Waarom besloot je om daarover een boek te schrijven?
Voordat ik met pensioen ging, was ik gymleraar en bewegingswetenschapper. Ik was daarnaast ook jarenlang hoofdredacteur van een onderwijstijdschrift. Schrijven werd zo’n beetje mijn tweede natuur. En dat bleef het toen er meer tijd kwam voor mijn tweede passie: landschap en cultuurhistorie.
Ik zocht mijn onderwerpen eerst nog dicht bij huis, ik schreef boeken over het landschap van de Nederrijn en de Linge. Maar het bloed kruipt uiteindelijk toch waar het niet gaan kan. Naar de Kop van Overijssel dus. Natuurlijk omdat het daar zo bijzonder is, qua landschap, qua natuur en qua cultuurhistorie – maar dat hoef ik de lezers van Nieuwsbode De Kop niet te vertellen. Maar vooral omdat het het land van mijn jonge jaren is. En dat leidde een jaar of vier terug dus tot mijn boek ‘In de Kop van Overijssel’.
Hoe is het boek tot stand gekomen?
Ik trok er ook voor dat boek weer lopend en op de fiets op uit, op zoek naar de mooie natuur, het cultuurhistorisch erfgoed en de verhalen. Ik maakte min of meer een rondje door de Kop van Overijssel en was achtereenvolgens in het moerasgebied van de Weerribben, in het plassengebied van De Wieden, op het hoge land van Vollenhove, op de grens met Drenthe, op het hoge land boven Steenwijk en op de Lindedijk en de oude Zuiderzeedijk.
Ik liep en ik fietste, maar stond vooral ook heel veel stil en vroeg me af: wat is dit, wat zie ik hier eigenlijk? Waarom die kolken langs de Zuiderzeedijk? Waarom die kaarsrechte lange lanen rond Willemsoord? Waarom die grote plassen in De Wieden? Waarom die zandduinen in het lage land bij Blokzijl? Waarom dat verloren ouwe muurtje in dat weiland bij Sint Jansklooster? Waarom al die Chinezen in Giethoorn? Waarom…? De antwoorden – en veel meer – kwamen in het boek.
Welke etappes zijn je het meest bijgebleven?
Wat me het meeste is bijgebleven? Dat is eigenlijk een onmogelijke vraag, de hele Kop is meer dan bijzonder. Giethoorn blijft natuurlijk trekken, om meerdere redenen. Maar niet op hoogtijdagen, wat mij betreft. Blokzijl, Vollenhove en Steenwijk zijn prachtig, ieder op zijn eigen manier.
Maar ik heb eigenlijk het meest met de wat kleinere dorpjes en gehuchten, zoals Kalenberg, Dwarsgracht, Belt-Schutsloot en Wanneperveen – en dan vooral met het buitengebied daar. Van Nederland via Kalenberg langs de gracht naar Ossenzijl en dan over de Hogeweg naar Wetering. Van Blokzijl via Jonen en Dwarsgracht en dan langs de Beulaker tot aan Giethoorn. Van Tuk over de Woldberg naar De Eese. Wat had ik het daar naar mijn zin. Maar ik heb nu al spijt van mijn keuzen. Ik doe bijna al die andere plekken waar ik liep en fietste te kort.
Hoe heb je de extra lussen in Westerveld en de Noordoostpolder ervaren?
In het kielzog van en sterk leunend op ‘In de Kop van Overijssel’ schreef ik de afgelopen drie jaar dus die columns in deze krant. Toen de krant ook in een deel van Westerveld en de Noordoostpolder ging verschijnen en Nieuwsbode de Kop werd, kon ik er natuurlijk niet omheen: ik moest ook daar op verkenning. In tien van de bijna negentig columns die ik schreef, ben ik in Drenthe of in de polder. Hoe me dat beviel?
Ik woonde als jochie een tijdje in Dwingeloo. Hoewel mijn eerste extra lus maar tot aan Vledder ging, voelde dat uitstapje in de gemeente Westerveld ook weer een beetje als thuiskomen. Frederiksoord en zijn Maatschappij van Weldadigheid zijn natuurlijk enorm boeiend. Maar het Nijensleekerveld, bijvoorbeeld, mag er ook zijn. In het mooie Vledder moest ik me bedwingen om niet door te fietsen naar Diever en verder...
De Noordoostpolder verraste me. Luttelgeest, Marknesse en Kraggenburg, wat was ik daar lang niet geweest. Het Kuinderbos, het Voorsterbos en het Kadoelerbos, het zijn echte bossen geworden. En wat is het bijzonder rond Oud Kraggenburg. Het was ook mooi om het Vollenhovermeer, het Kadoelermeer en het Zwarte Meer eens van de andere kant te zien.
Jouw columns uit Nieuwsbode De Kop verschijnen begin 2025 in een nieuw boek. Waarom is het interessant voor onze lezers om het aan te schaffen?
De columns worden nu gebundeld in ‘Onderweg in de Kop’. Het wordt een handzaam, toegankelijk geschreven en betaalbaar boekje, dat een mooi beeld geeft van wat het gebied te bieden heeft. Zittend in je leunstoel beleef je mijn rondreis door de Kop en net daarbuiten mee. En als het goed is, krijg je zin om ook zelf op pad te gaan. Dat is de bedoeling.
Ga je nog een nieuw boek schrijven?
Ik heb een tijdje in Dwingeloo gewoond, ik zei het al. En ook nog een paar jaar in de Achterhoek, in Lochem en in Winterswijk. Ik woon nu onder de rook van de Utrechtse Heuvelrug. Over mooie streken gesproken. Dus wie weet.
Maar ik maak voorlopig even een pas op de plaats. Er moet tijd overblijven voor nieuwe tochten langs de Nederrijn en de Linge en natuurlijk in de Kop van Overijssel – en dan ook eens zonder er over te schrijven.
Wil je nog iets kwijt aan de lezers?
In mijn vorige leven ging het me erom kinderen en jongeren aan het bewegen te krijgen – en dan zo dat ze er plezier aan beleven. Want dan blijven ze het doen, ook als ze ouder worden. Op pad zijn in de Kop van Overijssel en omstreken, hoeveel plezier geeft dat! En je bent nog in beweging ook. Realiseer je dat het een voorrecht is om hier te mogen wonen.






























