
Nieuwe aflevering natuurcolumn: De buizerd, een trage jager
· leestijd 1 minuut ColumnDeze tweewekelijkse natuurcolumn wordt verzorgd door Philip Friskorn. Dit keer verschijnt de buizerd voor zijn camera.
Geen enkele roofvogel heeft zoveel verschillende verenkleden dan de buizerd. Ze kunnen variëren van bijna wit tot bruin/zwart en alles er tussen in. Deze kleurvariatie heeft een genetische oorsprong. De wetenschap is er nog niet achter gekomen waar deze onvoorstelbare kleurvarianten vandaan komen. Mogelijk heeft het te maken met het leefgebied waar bepaalde kleuren voor een betere camouflage zorgen. De brede korte staart is een onmiskenbaar kenmerk van de buizerd en het langzame vliegbeeld met een spanwijdte van ongeveer 120 cm maakt het silhouet niet te verwarren met andere roofvogels.
Het nest van een roofvogel heet een horst. De buizerd bouwt een horst van dode takken hoog in de bomen. Voor de stevigheid wordt gekozen in de V-vorm van stammen of op een tak tegen de boomstam. Als de horst gereed is wordt deze bekleed met takken van, meestal, naaldbomen. Na het leggen van 2-4 eieren worden deze in ongeveer een maand uitgebroed. De jongen worden verzorgd en zijn pas na drie jaar geslachtsrijp.
De buizerd is in Nederland de meest voorkomende roofvogel. In heel Europa komt de buizerd voor, ontbreekt echter in West- en Noord-Noorwegen. Op die plaatsen wordt zijn plaats ingenomen door de forser uitgevallen ruigpootbuizerd, in de vlucht herkenbaar aan de witte staartband. Deze ontbreekt bij ‘onze’ buizerd. In de winter neemt het aantal buizerds aanzienlijk toe door overwinterende exemplaren uit Noord- en Oost Europa.
Buizerds kunnen jagen op bijvoorbeeld konijnen en kleine zoogdieren, maar kunnen langs snelwegen ook geduldig wachten op een paaltje tot er een dier wordt doodgereden. Dan wordt het wachten vaak beloond als een konijn of haas niet heeft uitgekeken met oversteken en wordt de buizerd een aaseter.






























