
Nieuwe aflevering natuurcolumn: De goudplevier, een veel geziene doortrekker
· leestijd 1 minuut ColumnVoor de camera van natuurfotograaf Philip Friskorn verschijnt dit keer de goudplevier, een veel geziene doortrekker.
Goudplevieren zijn goudkleurig gespikkeld op rug en kruin en hebben daarom deze naam. Met zijn grootte van ongeveer 25 centimeter is het een forse plevier. Het indrukwekkende zwart op de buik dat reikt tot het oog maken de mannen tot prachtige verschijningen. Al die pracht verdwijnt tegen de winter. In Nederland is de goudplevier sinds 1930 uitgestorven, maar gedurende de trektijd in maart/april en september/november kunnen we ze in Nederland met honderdduizenden begroeten. Vanuit hun Scandinavische en Russische broedgebieden trekken ze dan oftewel noordelijk in het voorjaar, oftewel zuidelijk in de herfst.
Tijdens de voorjaarstrek in april zie je de mannen al in hun prachtige zomerkleed. De oplettende kijker ziet tijdens de najaarstrek ook nog regelmatig heren in zomerkleed, een lust voor het oog!
Vogeltrek
In het verleden, rond 1900, broedde de goudplevier nog in De Peel in Brabant en in Drenthe op heidevelden. Helaas is dat verleden tijd en moeten we het nu doen met waarnemingen tijdens de vogeltrek of op de toendra’s van Noorwegen en Zweden.
De broedtijd verschilt nogal in een groot gebied als Scandinavië. Dit kan variëren van eind maart tot eind juli, gezien van zuid naar noord. De terugkeer van trekvogels in het voorjaar wordt in veel landen gezien dat de winter voorbij is. In IJsland, waar een derde van alle goudplevieren broedt, betekent de komst van de goudplevier het einde van de winter.
Kop van Overijssel
In Nederland, met name in de Kop van Overijssel, tijdens de voorjaarstrek en najaarstrek, kun je ze met grote regelmaat waarnemen. En met wat geluk zie je tijdens de vroege herfst nog mannetjes met een deel van hun prachtige zomerkleed.































