
Een duik in het Gieterse verleden: Watergemaal A.F. Stroink
· leestijd 2 minuten ColumnGIETHOORN - In deze maandelijkse rubriek duikt Gerke van Hiele, predikant van de Doopsgezinde Gemeente, in het Gieters verleden. In deel elf gaat hij terug naar 1919, naar de start van de bouw van het watergemaal aan het Ettenlands kanaal tussen Blokzijl en Vollenhove.
Als je over de oude Zuiderzeedijk rijdt vanaf Kuinre, Blankham, richting Blokzijl dan kun je het goed zien. Het binnenland achter de dijk is lager gelegen dan de oude zeebodem van de Zuiderzee. Dit is kwetsbaar land, hier kon het er om spannen. Op een paar plaatsen kun je zelfs nog een oud kanon vinden met een wat onheilspellend bordje erbij. Deze kanonnen werden gebruikt om de bewoners van het achterland te waarschuwen voor de stand van het water tegen de dijk. Een schot, twee schoten, bij het derde schot wist je dat het water de top bereikt had en je je maar beter in veiligheid kon brengen. Natuurlijk verwoei vaak het geluid van de kanonschoten en was en is het tot de dag van vandaag een rustig gevoel om in het laag gelegen Giethoorn en omstreken een punter bij huis te hebben. Met een punter kan je nu eenmaal veel.
Zeewater in gracht
De strijd tegen het water in dit gebied is er een van eeuwen. Grote delen van het land werden afgelopen zes eeuwen verveend en ontwaterd en door inklinking van de grond kwam het maaiveld steeds lager te liggen. In de stormen van 1775 en 1776 ontstonden zo de Beulaker en de Belterwijde en in 1825 was er de grote overstroming en stond het zeewater hier in Giethoorn zelfs in de gracht. Natuurlijk werd er nagedacht over de vraag hoe men het water kon weren en er werd van alles gedaan, maar waterkering en onderhoud was vooral een kleinschalige lokale en daarom niet erg efficiënte aangelegenheid. Geleidelijk aan komt er naast de oertaak van het weren van het water door middel van het bouwen van dijken een tweede opgave bij. Hoe kunnen we de afwatering verbeteren? Hoe raken we het water weer kwijt? Wanneer men op de hoge gronden van Drenthe begint met de vervening en ontwatering, dan stroomt dit water zonder zich ook maar iets van provinciegrenzen aan te trekken - allemaal naar dit laaggelegen gebied in de Kop van Overijssel. Omdat dit land steeds lager kwam te liggen werd de afwatering lastiger. Daarvoor kon je op bepaalde tijden nog wel de sluis bij Blokzijl openzetten en zo het water lozen op de Zuiderzee. Dit werd echter steeds moeilijker. In onze tijd gaat het vanwege klimaatverandering, langdurige perioden van droogte inmiddels over een derde nieuwe taak: het binnenlaten van omgevingsvreemd water en dat is een hele andere uitdaging en op tal van plaatsen zie je dan ook dat door het Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) hard gewerkt wordt om dit mogelijk te maken.
Vriendelijke reus
De betekenis van dit gemaal voor de totale kop van Overijssel kan niet genoeg onderstreept worden. Sinds de officiële ingebruikname in 1920 heeft deze grote vriendelijke reus gewaakt over de veiligheid van het gebied. Telkens weer is het dreigend gevaar van wateroverlast het hoofd geboden. Het werk van de immense pompen heeft de boerenbevolking in staat gesteld de hoeveelheid landbouwgrond in NW Overijssel uit te breiden, van drassgie moerasgronden vrchtbare polders te maken en de produktie te optimaliseren. Door het op tijd uitmalen van overtollig water konden en kunnen riet en landbouwgewassen worden geoogst. Door de aanleg van de waterinlaat naast Stroink kan ook in droge jaren op verantwoorde wijze in de behoefte aan water worden voorzien. Ook aan waterberging in perioden met juist veel neerslag is gedacht. Daarbij wordt in een samenspel zoveel mogelijk met landbouw, visserij, rietteelt, recreatie, biodiversiteit en nieuwe natuur (Natura 2000) rekening gehouden. Veranderingen en golfbewegingen in de maatschappij hebben ook hun weerslag op het waterbeheer. De komende waterschapsverkiezingen ( 15 maart 2023) zijn er een weerslag van en gaan over meer dan droge voeten. De inzet is een toekomstbestendig evenwicht met variabele waterstanden waarin heel veel uiteenlopende factoren zijn verwerkt. Het belang van ‘polderen’ kan hier in de Kop niet duidelijker worden geillustreerd. Het gemaal ziet het menselijk gekrakeel uit de verte goedmoedig aan. Als je goed luistert, is het volgens de dijkgraaf alsof hij zegt: ‘Toe maar mensen, zeg het maar. Ik ben er klaar voor. Ik pomp wel. Jullie kunnen met mij de toekomst in’.
Inspiratie
Inspiratie: Thijs Rinsema, ‘Watergemaal A.F. Stroink. Een monument in het Land van Vollenhove’, uitgave waterschap Reest & Wieden, Giethoorn, 2008.































