
Verder op het hoge land boven Steenwijk
· leestijd 1 minuut ColumnHarry Stegeman baseert zijn columns vooral op zijn bij KNNV Uitgeverij verschenen boek ‘In de Kop van Overijssel - lopen, fietsen en stilstaan’.
Ik loop op de Eiderberg, bij het Buitengoed Fredeshiem. Tjeerd Oeds Hylkema, die van de Dominee T.O. Hylkemaweg in Giethoorn, stond een eeuw geleden aan de wieg van het Friesch Doopsgezinde Broederschapshuis hier. Hij was op het internationale studiecentrum van de Quakers in het Engelse Woodbrooke onder de indruk geraakt van hun ‘frisse en dienende christen-zijn zonder al te veel gepreek’. Hadden de Friese doopsgezinden ook maar zo’n oord om tot rust en bezinning te komen! Ik volg het eerste stukje van het Friese Woudenpad, en dat gunt me geen tijd voor rust en bezinning: ‘Neem nu op de Eiderberg het eerste pad naar rechts’.
De Koepel
Op een schoolvoorbeeld van een open plek in het bos schiet een witgepleisterd gebouw in het oog, vooral ook door het ronde voorhuis met het rieten puntdak. Het jachthuis De Koepel heeft een verleden als korenmolen, en dat is te zien. Maar nu woont er iemand. Even verder is er opnieuw een open plek: een golvend heideveld, het Eeserveld. Archeologen groeven hier een tijdje terug het een en ander van heel ver voor Christus op.
Vrijwillig Landschapsonderhoud
Zo’n heideveld vraagt wel onderhoud. Daar zorgen de mensen van Vrijwillig Landschapsonderhoud voor. Laat er nou net eentje z’n handen uit de mouwen steken. Peter - er staat Staatsbosbeheer op zijn groene overhemd - loopt met een kruiwagen oude heide weg te sjouwen. Hij wijst op de sporen van een oude handelsroute. Ze stammen uit de late middeleeuwen. “Kom mee, dan laat ik je nog wat zien.” Even later sta ik voor een landweer, een greppel met daarnaast een zandwal met adelaarsvaren en in elkaar gevlochten sleedoorn en meidoorn. “Die moest het wild en de struikrovers op afstand houden.” Achter de hindernis kun je met enige goede wil de eeuwenoude patronen van akkertjes zien.































