
Een duik in het Gieter verleden: Hendrik Broer en Winters Giethoorn
· leestijd 3 minuten ColumnGIETHOORN - In deze maandelijkse rubriek duikt Gerke van Hiele, predikant van de Doopsgezinde Gemeente, in het Gieters verleden. In deel 21 keert hij terug naar 1937 naar de schilder Hendrik Broer.
Jaren geleden vertelde kunstkenner Frans van der Veen over het werk van Broer bij de presentatie van ‘Hendrik Broer, schilderen in stilte’. Hij vertelde over zijn persoonlijke contact met de schilder en over het eigene van het werk van Broer (1886-1968). Blijkbaar was er veel meer over zijn leven te vertellen en is zijn werk veelzijdiger dan ik dacht.
Bildung
Broer was een van de zoons van een Gieterse landarbeider, die als velen leefde van de opbrengst van een paar koeien, wat visserij, riet snijden of veenarbeid. Dit werk was eigenlijk te zwaar voor zijn tengere lijf en op zijn 22e lag hij een half jaar in het ziekenhuis. Om de tijd door te komen tekende hij veel. Dit werk trok de aandacht van een adellijke dame. Zij nam hem mee naar Amsterdam, waar hij les kreeg en naar de Amsterdamse ‘Teekenschool voor de werkende stand’ ging. Broer ging vaak naar het Rijksmuseum. Al spoedig trokken echter hij en zijn vrouw Guurtje naar Blaricum in het Gooi. Ze waren doodarm en leefden van onderhouds- en tuinmanswerk bij gegoede families. Hij onderging hier echter ook de invloeden van de idealistische gemeenschappen in het spoor van filosoof en schrijver Leo Tolstoi en Frederik van Eeden. Zij hadden oog voor het belang van Bildung, dat wil zeggen de algemene, persoonlijke en religieuze vorming, voor de bewustwording van de eigen identiteit. Kunst moest geïnspireerd en algemeen toegankelijk zijn en er op gericht de mensen bij elkaar te brengen via het overbrengen van emoties.
Kosmopoliet op klompen
Zo ontwikkelde hij zich in zijn Gooise jaren tot een kunstenaar van niveau. Hij debuteerde verdienstelijk op de jaarlijkse expositie van Gooise schilders. Zijn werk viel op. Broer reisde zelfs met zijn beschermvrouwe mee naar Parijs en werkte er op een van de vele vrije academies, maar keerde gedesillusioneerd naar Nederland terug. Hier probeerden Guurtje en hij op allerlei manieren in hun levensonderhoud te voorzien, maar dit mislukte door de maar voortdurende crisis. Onder invloed van de schilder Jelle Troelstra, die al sinds de jaren twintig in Giethoorn kwam, keerden Broer en zijn vrouw uiteindelijk in de voorzomer van 1937 naar Giethoorn terug. Zij gingen wonen vlak bij het Molengat. De woonkamer had de sfeer van een Larens atelier uit de jaren twintig. Ze lazen veel en luisterden naar de VPRO. Ze leefden sober en teruggetrokken, maar Broer was niet de eenvoudige landman die zo mooi kon schilderen. Dat is een van de ficties die Frans van der Veen ontzenuwde. Broer was een kosmopoliet op klompen.
Achter het huis was ’t Okkie waar werd gewerkt. In dat sobere atelier kon je iets van de eenvoud voelen die het werk van Broer omgeeft. Hij werkte langzaam. Hij zoekt niet de impressie van het ogenblik, maar tracht in zijn werk het tijdeloze weer te geven. Hij is de schilder van het schilderij met inhoud, niet verhalend, maar dromend. Volgens Henk Lassche is zijn leven een worsteling met olieverf. Er is een sfeer, een ondefinieerbare lading. Door laag over laag te werken, weg te schilderen, bij te schilderen, schuren en weer overschilderen, creëerde hij een bezieling in de olieverflagen die nog maar weinig schilders meester zijn. Stilte en concentratie. Tijd en bewogenheid. Innerlijkheid, kwetsbaarheid, verbeeldingskracht.
Hij trok een tijd lang op met collega Piet Zwiers (1907-1965). In de oorlog weigerde hij in 1942 de Ariërverklaring te tekenen voor de Kultuurkamer. Je mocht dan niet exposeren en je kreeg geen verf en geen linnen. Na de oorlog waren er exposities in een paar lokalen van de Olde skoele, maar zijn werk was ook ver buiten de provincie te zien tot in het Stedelijk museum in Amsterdam. Tegen zijn zeventigste begon hij zich zorgen te maken over wat er na zijn dood met zijn werk zou gebeuren. Broer en zijn vrouw waren kinderloos, veel directe familie had hij niet meer. In 1959 bood hij het Provinciaal museum Zwolle al zijn werk aan dat hij nog had. Ter gelegenheid van die schenking werd er een overzichtstentoonstelling gehouden en viel hem grote lof ten deel.
Expositie in ‘t Olde Maat Uus: ‘Winter in Giethoorn’
In de nieuwe expositie in ‘t Olde Maat uus ‘Winter in Giethoorn’ zijn er ook een aantal van zijn schilderijen opgenomen. De opening is op vrijdagmiddag 3 november. Aanvang 16.00 uur.
Inspiratie: Frans van der Veen, ‘Hendrik Broer, Schilderen in stilte’, Uitgeverij Cees Duine: Giethoorn, 2021.































